Free Joomla Templates by iPage Hosting
beernem
 
Beernem 1940 - 1945.
 
In het julinummer 1944 van het sluikblad “Het Brugse Vrije” dat in het teken stond van de nationale feestdag en opriep om alle patriotten van alle rang en stand de handen ineen te slaan om het vaderland te bevrijden uit de klauwen van het Nazisme en onze steden en dorpen te zuiveren van verraders en collaborateurs werd allusie gemaakt op het neerschieten te Beernem van de *Zivilfanhnder  Maurice Huwel  door een verzetsman “Proficiat aan de mannen van Beernem, die de Belgische Gestapoleden onthaald hebben op wat zij verdienden, op een revolverschot”. Meester Casselman, vurig leider van de verradersbende te Beernem, hoe lang meent u ook nog ongestraft te blijven?
*( Zivilfanhnder door de bevolking Gestapo ’s genoemd waren de meest gehate collaborateurs).
*********************** 
Casselman Naessens
 
Te Beernem zijn de trouwste aanhangers van Hitler te vinden bij de Duits-Vlaamse Arbeidsgemeenschap (DeVlag), een organisatie die deel uitmaakt van de S.S.
De toen 43 jarige onderwijzer Oscar Casselman was Unterscharfuhher van de algemene S.S., celleider van de plaatselijke "De Vlag" en lid van het Veiligheidskorps. Zijn echtgenote Maria Tilleman was gewestelijke vrouwenleidster van de "De Vlag" en beschermend lid van de S.S..  De Cel Beernem werd ingedeeld in wijken, de wijk noord (Kasteelhoek, Lijsterhoek dorpskern enz) met als wijkleider Oscar Casselman, blokleider Cyriel Ingelrest (Appelstraat - Pluimestraat en omgeving), Willy Bruggeman en Henri Vandemoortele (Kasteelhoek en Lijsterhoek), wijkleider Leon Reynaert en blokleider Henri Naessens voor de wijk Oost (omgeving station, Reigerlo en Aanwijs), wijkleider Georges De Jonckheere (Drie Koningen en Bulskampveld) en als blokleider Valère Van Hulle (Wantestraat en Wellingstraat). Het V.N.V. had er ook een afdeling met Gustaaf Decraemer als afdelingsleider.
***********************
 
Te Beernem waren er ook personen die de militaire nederlaag van mei 1940 en de daarop volgende Duitse bezetting niet passief konden of wilden ondergaan en was er tijdens de oorlog een echt weerstandsnest gezien de vele onderduikers die er zich in de uitgestrekte bossen verstopten. Zij  verscholen zich in en om de kastelen, maar ook in de vele boerderijen die er wijd verspreid lagen. 
 
 beernem amandus broeder van liefdeIn de gebouwen van het psychiatrisch centrum van de Broeders van Liefde onder het bestuur van Marcel De Jonghe vonden er niet allen joodse kinderen een veilig onderdak, maar ook talrijke onderduikers die er in cellen en zelfs in twee zalen als zogezegde gevaarlijke psychiatrische patiënten een veilig onderkomen vonden. Henri Neyrinck lid van de weerstand woonde er in een kleine cottage  in het domein van het psychiatrisch gesticht (Sint-Amandusgesticht) en had de leiding van al de ondergedokenen aldaar en werd aldus de "Vader van de Maquis" genoemd. Ook allerhande voorraden bestemd voor het A.B (Armée de Belgique later Geheim Leger) werden er opgeslagen. Het waren verzamelplaatsen van weerstanders van de “Witte Brigade”, evenals de groep “de Gaai” en later na samenvoeging van de verzetsgroeperingen het “Geheim Leger”. De uit Uitkerke ondergedoken verzetsman Steuperaert Guillaume vond er via het verzet van Blankenberge eveneens een onderkomen en werkte er als verpleger.  
 
 
 bloemendaelestraatIn de kom van Beernem Bloemendalestraat had de brouwer Ides Van Houtryve een ploeg onderduikers  waaronder o.a. de uit Engeland geparachuteerde Emmanuel Jooris († Dora-Nordhausen 20-3-1945), die hij vooral bij landbouwers in de omgeving plaatste. Ironisch genoeg woonde schuin tegenover hem de meest gehate en gevreesde collaborateur en Gestapo Ingelrest Cyriel.
 
Ter hoogte van het station en de Wellingstraat werd het seinhuis die de wissels van het station bediende regelmatig bij nacht gesaboteerd door partizanen en/of saboteurs uit de dorpskom die gebruik maakten van het bebost domein “Kasteel Bloemendale” van de gewezen minister Sap om ongezien de aanpalende spoorweg te bereiken, maar die ook een eventuele vluchtroute was in alle richtingen bij onraad. Het waren lichte sabotageactiviteiten (doorzagen stangen van hefbomen, het verwijderen van hun tegengewichten, stenen tussen de wissels stoppen om deze te blokkeren, vernielingen aanbrengen aan gerangeerde treinstellen en zo voort) die telkenmale het treinverkeer ophielden maar wel grote nervositeit bij de Duitsers teweegbracht. Al vlug werd er aldaar door de Duitsers tijdelijk bewaking door de Vlaamse Wacht (een hulptroep van de Duitse Wehrmacht) ingesteld en ook periodiek aan de brug over het kanaal Brugge– Gent alwaar men verder via allerlei veld.- en kerkwegels de dorpskom kon bereiken. (
Een andere bron beweert dat de tijdelijke bewaking werd uitgevoerd door Russische krijsgevangenen die tot de wermacht waren toegetreden en voor een korte periode waren gekazerneerd in de Karthuizerskazerne ter Langestraat te Brugge).
 
Deze herhaalde sabotageactiviteiten van enkele partizanen en/of saboteurs uit de dorpskom werden gestaakt na de aansluiting bij de sabotageploegen die zich aan de andere zijde van de spoorweg bevonden en meer gestructureerd waren, dit om en niet in elkaars vaarwater te verzeilen en hen niet onnodig onder de aandacht van de Duitsers te brengen.
 
Aan de andere zijde van de spoorweg in café "De Bolzak" verbleven namelijk leden van een geduchte "actie en sabotageploeg" die deel uitmaakten van de stootgroep "Lt. Jérome". Regelmatig werden de telefoonlijnen langs het spoor Brugge-Gent evenals Brugge-Kortrijk gesaboteerd waardoor o.a. treinen met tanks, allerhande legervoertuigen, materiaal en bevoorrading aanzienlijke vertragingen opliepen.
 
De sabotages werden verlegd in de richting van Aalter waar het uiteindelijk door verraad voor zes partizanen op 26 mei 1944 faliekant afliep toen zij poogden de spoorweg te saboteren om een trein te laten ontsporen. De Gestapo wachtte hen op.
 
amauricedeprestTe Beernem had men Deprest Maurice, Joseph geb. Sint-Laureins op 22 maart 1910, zoon van Florimondus en Roets Sidonie - Maria gehuwd met Mestdagh Iréne - Germaine, wonende in de  Bloemendalestraat 110, militieklasse 1930, terug opgeroepen op 20 oktober 1939 en gemobiliseerd op 31 januari 1940 stam nr. 279-2145 om vanaf 10 mei deel te nemen aan de achttien-daagse veldtocht als brancardier- verpleger  bij de 2e  Compagnie / 2e Geneeskundig korps van het 33e linieregiment dat ondanks hun lamentabele uitrusting en bewapening hevig weerstand bood aan het afleidingskanaal te Balgeroeke.
Gevangene der Duitsers op 29/05/1940, ontsnapte hij samen met dorpsgenoot onderwijzer Gerard Claeys uit dezelfde compagnie begin juni 1940 te Balgerhoeke aan de vaart uit de groep Belgische krijgsgevangen die naar Duitsland zou worden gedeporteerd en reden zij samen met ”gevonden” fietsen huiswaarts.
Deprest Maurice beenhouwer van beroep, was voor de oorlog tevens een getalenteerd wielrenner in de toenmalige categorie “onafhankelijken” die vele kermiskoersen in de regio won en bevriend was met de veel belovende wielrenner Guidé Willy, werkweigeraar die tijdens de oorlog onderdook en zich eveneens bij de partizanen aansloot. Tijdens de oorlog hielden beiden regelmatig contact, maar ook met diens ouders Michel Guidé (verplicht tewerkgesteld op het vliegveld van Ursel) en Martha Goeghebeur op hun toenmalig adres in de Warande nr. 5 te Beernem.
 
In het fietsenatelier van de familie Deprest (uitgebaat door de broer Raymond Deprest) aangebouwd aan de beenhouwerij alsook in de herberg (uitgebaat door de vader Florimond Deprest en diens zoon Maurice) in de Bloemendalestraat kwam Albert Serreyn uit Sint-Andries (op 2 juni 1944 te Oostakker gefusilleerd) leider van de Partizanen in het Brugse die voornamelijk rekruteerde onder militairen van de achttien-daagse veldtocht, regelmatig over de vloer om over het verzet, sabotage en het helpen van ondergedoken partizanen en/of werkweigeraars te spreken. Hij heeft zowel Maurice Deprest als de jonge Guidé Willy bij De Gewapende Partizanen (P.A.) ingelijfd. Ook Pierre Debaut uit Sint-Andries, die steeds zijn kepie van stuurman ter kustvaart droeg kwamen er regelmatig net als uiteraard Willy Guidé zelf. Het café was feitelijk de verzamelplaats van gelijkgestemden die een afkeer aan de Duitsers en hun aanhang hadden
 
Hun toebedeelde taken werden enerzijds lichte sabotagedaden en anderzijds voornamelijk het helpen bij de bevoorrading van voedsel voor de vele ondergedoken werkweigeraars en partizanen die Beernem toen telde zoals o.a. Rosson François voortvluchtige leider van de Witte Brigade Lissewege die onder de schuilnaam "Bob Vanderzee" onderdook bij Henry Neyrinck, en er verder fungeerde als koerier voor het A.B. het latere Geheim Leger.  Deprest Maurice behorende tot de partizanen sloot zich op 05 april 1944 eveneens aan bij het "A.B." Beernem het latere Geheim Leger, stamnummer 353045.
 
Ook de burgemeester Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle fors en groot gebouwd, kwam er regelmatig over de vloer en bestelde er een fiets die op zijn maat moest worden gemaakt gezien zijn imposant figuur, dit om hem toe te laten zelf zijn contacten te kunnen onderhouden daar hij naar eigen zeggen zijn Duitsgezinde secretaris Omer Van Haecke als totaal onbetrouwbaar beschouwde, maar ook de onderwijzer van de jongensschool naast het gemeentehuis, de S.S.-officier Oscar Casselman  die altijd met een hand onder zijn jas zijn revolver in de binnenzak vasthield, zeer schichtig om zich heen keek en zich duidelijk als opgejaagd wild voelde, kwam er zijn licht opsteken en observeren wie er allemaal over de vloer kwam. De S.S.-officier Oscar Casselman woonde eveneens in de Bloemendalestraat schuin tegenover het gemeentehuis en jongensschool. -
-  
Ook een buurtbewoner S.S.-er Henri Vandemoortele uit de Bloemendalestraat een collaborateur, waren de meerdere bezoeken van Albert Serreyn en Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle en meerdere te Beernem volkomen vreemde personen zich niet ontgaan en werkte dit argwaan op, want wat kwam die man uit Sint-Andries door de Duitsers verplicht tewerkgesteld in de abdij van Zevenkerken waar de Organisation Todt huisde en die anderen hier regelmatig te Beernem met Deprest Maurice en hen die een afkeer van de collaborateurs en de Duitsers hadden in het fietsenatelier en café bespreken dat was op zijn minst verdacht. 
 
Dit is wellicht ook de reden dat de onderwijzer en  S.S.-officier Casselman er ook regelmatig onverwacht kwam observeren en zijn licht kwam opsteken, alsook Henri Vandemoortele dit onder het mom van een gewoon bezoekje met een gesprekje wat niet ongebruikelijk was bij ambachtslui in een dorp. In een klein dorp in een straat (Bloemendalestraat) waren wit en zwart vertegenwoordigd  en actief, iedereen kende elkaar zeer goed alsook hun activiteiten en gezindheid, toch heerste er in feite een betrekkelijke gewapende vrede tussen de kampen wit en zwart met dien verstande dat de "Zwarten" hun voorkeur publiekelijk niet onder stoelen of banken staken en de "Witten" in de volledige clandestiniteit, illegaliteit dienden te handelen te midden van algemene angst, onverschilligheid of vijandigheid.
 
Vrij concreet: in de toenmalige Dorpsstraat op nog geen afstand van 500 meter van elkaar woonde Maurice Deprest, Ides Vanhoutryve en de collaborateurs Casselman Oscar, Ingelrest Cyriel en Henri. Vandemoortele (ingevolge de wet-Vermeylen uit 1961 in zijn rechten hersteld ). Daarnaast had men nog een reeks collaborateurs leden van Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag).
 
De brouwer Idès Vanhoutryve werd op 29 juni 1944 door de Gestapo aangehouden en naar Brugge overgebracht en verschillende malen ondervraagd over de mogelijke aanwezigheid van verzetslui in de psychiatrische instelling. Eind augustus 1944 werd hij op transport gezet richting Duitsland maar op 03 september 1944 in allerlaatste instantie bevrijd toen de spoorlijn nabij Muizen gesaboteerd bleek. Vanhoutryve verklaarde na de oorlog dat Oscar Casselman en de meubelmaker (*) V.N.V.-er Gustaaf De Craemer die goed vertrouwd was met psychiatrische instelling daar hij er nog had gewerkt, de Duitsers inlichtingen te hebben bezorgd. Gustaaf De Craemer werd op 11 mei 1948 door het Krijgshof te Gent veroordeeld tot de doodstraf die echter werd omgezet in levenslang. 
(*) Gustaaf Decraemer was de afdelingsleider van  het Vlaams Nationaal Verbond afdeling  Beernem een rechts-radicale fascistische Vlaams-nationalistische partij die collaboreerde met de Duitse bezetter. 

mvanoutryve

Drie Koningen bRidder Hubert van Outryve d’Ydewalle geb. Sint-Andries op 21 april 1909 werd na middelbare studies aan de abdijschool van Zevenkerken en kandidaturen in Namen, in 1930 doctor in de rechten aan de universiteit van Gent. Hij schreef zich in aan de balie van Brugge, maar nam in 1934 ontslag en richtte te Beernem de handelszaak 'Boomkwekerijen Drie Koningen' op. Hij trouwde in 1934 met Hélène du Sart de Bouland en hadden drie zoons en een dochter.
Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle was reserve luitenant 23ste Linie, gedemobiliseerd na de achttien-daagse veldtocht  werd hij door de gemeenteraad van Beernem voor het ambt van burgemeester op 25 september 1940 voorgedragen als opvolger van zijn vader die in april 1940 was overleden.
De Duitsers wisten dat omzeggens alle adellijke families in het verzet actief waren en zoals vele van zijn familieleden trad hij toe tot het verzet, meer bepaald tot het Geheim Leger (toen A.B.). 
 
Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle die door de Duitsers geruime tijd verdacht werd van weerspannigheid en verzetsactiviteiten werd extra in de gaten gehouden en voelde het naderende onheil op zich afkomen.  Tegen de avond op 10 juni 1944 werd op zijn domein “Drie Koningen” in de nabijheid van de kapel een verdacht autovoertuig opgemerkt. Samen met zijn broer Thierry die ook werd gezocht besloten zij zich aanvankelijk te verschuilen in het park van het domein. Omstreeks 23.00 uur keerden ze voorzichtig op hun stappen terug daar er niets ongewoons meer te bespeuren viel maar besloten de nacht toch door te brengen op de zolder van een bijgebouw dat zijn broer Thierry met zijn echtgenote betrok daar zij zich ernstige zorgen maken  over hun veiligheid en die van hun gezinnen. Thierry van Outryve d'Ydewalle woonde normaal in een kasteeltje langs de Torhoutsesteenweg te Sint-Andries waar hij zich niet veilig meer voelde..
 
In de vroege morgen werd het domein opgeschrikt door wilde schoten en brullende stemmen. Een ganse meute Feldgendarmen, GFP-mannen en allerlei gewapende volksverraders in S.S. uniform hadden het park omsingeld. Beide broers, Thierry en Hubert van Outryve d’Ydewalle trachten nog te ontkomen met een touw via een venstertje dat uitgaf op de groentetuin, ze lopen in de armen van de vijand.  De echtgenote Hélène du Sart de Bouland en de kinderen zien dat Hubert tussen twee Feldgendarmen voorgeleidt wordt. Na een controle van alle aanwezigen op het domein werden de twee broers in een vrachtwagen geladen richting Brugge. Diezelfde dag werd het kasteel en bijgebouwen onderworpen aan een huiszoeking door een tiental G.F.P.-ers (Geheime Feldpolizei) en werden twee radio’s in beslag genomen. Voor het vervoer van de meute volksverraders werden vrachtwagens opgeëist en diende de bloemmolens De Wulf een vrachtwagen met chaufeur (Oscar Deduytsche) te leveren evenals de kolenhandelaar Adoph Verrecas uit de Calvariebergstraat (met als chauffeur respectievelijk Sylvain Verrecas en René Roseel) Het dient duidelijk gesteld dat deze laatsten niets met de razzia's zelf te maken hadden.
Te Brugge werd Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle eind juli door de Duitse Krijgsraad tot twee en een half jaar dwangarbeid veroordeeld op de beschuldiging onderdak en hulp te hebben geboden aan een spion, steun te hebben verleend aan werkweigeraars, radio's te hebben verborgen en naar de BBC te hebben geluisterd (de gebruikelijke tenlasteleggingen op de vele vluchtige schijnprocessen). Op 18 augustus 1944 werd hij van uit de gevangenis van Sint-Gillis naar Kassel in Duitsland weggevoerd en van daar naar het kamp van Straubingen, waar hij nooit aankwam, omdat hij onderweg aan verwondingen en ontberingen bezweek te Dernau op 05 april 1945.
Zijn stoffelijk overschot werd op 17 juli 1945 naar Beernem overgebracht waar het na een grootse begrafenis in de Sint-Amanduskerk en met een grootse optocht naar het domein Drie Koningen werd gebracht waar hij aan de zuidzijde van de kapel op zijn domein werd bijgezet.  Zijn broer Thierry van Outryve d’Ydewalle werd eveneens veroordeeld maar kon op 3 september 1944 ontvluchten uit de trein die hem naar Duitsland deporteerde.
 
Toen kwamen de acties van het gewapend verzet te Beernem op gang:
- 
Kort na de aanhouding van de burgemeester Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle nl. op 29 juni 1944 werd door de partizanen op de weg naar Knesselare de gevreesde 43-jarige collaborateur Ingelrest Cyriel uit de Dorpstraat te Beernem neergeschoten (F.K.-Stormman van Storm 10/1Germaanse S.S.-Vlaanderen cel Beernem) In de S.S.-gemeenschap behoorde hij tot de kern der getrouwen. Hij was op weg naar zijn werk op het vliegveld van Maldegem waar hij als bewaker dienst deed.  Het openbaar gerucht deed de ronde dat dit een wraakactie was van het plaatselijke verzet wegens de aanhouding van Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle. Bijkomend detail, de zoon van de neergeschoten Ingelrest Cyriel, nl. Gerard Ingelrest had zich reeds als soldaat aangemeld bij de Waffen-S.S. en zou later ook sneuvelen.  
 
Op 04 juli 1944 vond te Beernem in een uiterst geladen en vijandige sfeer de begrafenis plaats van de gevreesde collaborateur Ingelrecht Cyriel. De begrafenis werd bijgewoond door een ploeg van drie Zivilfahnders geleid door Maurits Huwel uit Assebroek. Na de begrafenis gingen zij op zoek naar Willy Guidé die zij wilden aanhouden. Hun fietsen hadden zij vooraf geplaatst bij Lucie Debreyne (dochter van de schoenmaker Debreyne) die actief was bij de Brugse "De Vlag Vrouwenwerken".
De ouderlijke woning van de familie Guidé werd angeduid door de aldaar wonende Eugenie Demilde, de moeder van Waffen-S.S.-er Jan Van Tulden een Oostfronter die verwondingen in de nek had opgelopen en niet meer geschikt was voor gevechten aan het Oostfront, van uit deze woning hielden zij de woning van de familie Guide in de gaten. Per toeval kwam de ondergedoken partizaan Willy Guidé die namiddag naar de ouderlijke woning waar verder niemand aanwezig was en amper binnen of daar verschenen er twee van de drie Zivilfanhnders (Gestapo’s)  Maurits Huwel en 29-jarige Julien Brigou beiden woonachtig te Assebroek, die hem kwamen aanhouden onder het mom om naar Duitsland te gaan werken. Willy Guide verklaarde dat hij vrijgesteld was van tewerkstelling in Duitsland en daarvoor over de nodige papieren beschikte die hij in de aanpalende (slaap)kamer zou halen. Terug uit de kamer komende schoot hij onmiddellijk met zijn revolver de twee Zivilfanhnders neer, Huwel stierf ter plaatse, Brigou kreeg een kogel in de long en kon zich nog naar de nabije woning van Eugenie Demilde begeven waar hij neerzakte. 
 
De derde Zivilfanhnder (Marcel Blancke?) die in de buurt op de uitkijk stond maakte zich vlug uit de voeten en verwittigde Lucie Debreyne die nog dokter Batselaere uit de Dorpsstraat erbij haalde.
De razende Oscar Casselman snelde na de Feldgendarmerie te hebben verwittigd naar de plaatselijke rijkswacht waar hij schreeuwde: "Ze hebben weer één van de onzen doodgeschoten" en spoorde de aanwezige rijkswachters aan om de dader op te sporen. De plaatselijke rijkswacht die de collaborateurs en de Duitsers weining genegen waren deelden Casselman laconiek mede dat er wapens werden gebruikt en het derhalve niet tot hun bevoegdheid behoorde om opsporingen te doen. Ze bleven vervolgens op de Feldgendarmerie wachten die de rijkswachters wegstuurde en het onderzoek in handen nam. 
 
De dood van de neergeschoten Zivilfhander Maurice Huwel zorgde in de kringen van de radicale collaboratie voor grote beroering. Op 7 juli 1944 vertrok van uit het stadscentrum Brugge een rouwstoet naar het stedelijk kerkhof te Steenbrugge. Voor de lijkwagen en aan weerszijden van de straat defileerden Vlaamse S.S.-leden, Fahnderdeers en Hilsfeldgendermen. Toeschouwers, zowel ouderen als jongelingen en zelfs kinderen dienden er de Hitlergroet uit te brengen of werden brutaal door de gestapo gemolesteerd.
De collaborerende secretaris van Beernem Van Haecke Omer werd op 14 juli 1944 midden in de nacht in zijn woning gearresteerd door twee Witte Brigade leden die vermomd in Duitse uniformen zogezegd kwartier (logement) kwamen vragen, omdat hij aan de Duitsers zou verklikt hebben dat Hubert van Outryve d’Ydewalle bij het verzet betrokken was. De echtgenote vond hen zeer verdacht maar liet hen toch aarzelend en met tegenzin binnen met de fatale gevolgen vandien.  Van Haecke Omer werd meegenomen en geëxecuteerd aan de grens Oedelem en Knesselare. Het stoffelijk overschot werd er in een sloot gedumpt.
 
 
willyDe Partizaan/werkweigeraar Guidé Willy was geboren te Monceau-sur-Sambre op 22 februari 1922, voor de oorlog werkzaam in een Gentse textielfabriek, woonachtig ter Warande 5 te Beernem en verlooft met Henriette Van Den Brande uit Sint-Joris ten Distel die samen met zijn moeder Goegebeur Martha in de Tricotfabriek te Beernem werkzaam was. Voor de oorlog was hij eveneens een veelbelovend wielrenner in de regio, tijdens de oorlog ondergedoken hield hij zich schuil in een leegstaand pand van zijn familie ter Diksmuidse Boterweg te Beernem. Guidé Willy had zich al vlug aangesloten bij de Gewapende Partizanen in de regio Beernem.
 
Meteen na het neerschieten van de twee Gestapo 's sloeg Guidé Willy met zijn fiets op de vlucht, in de Bloemendalestraat  riep hij in het voorbijrijden nog naar Maurice Deprest: “Vlucht! - vlucht! - vlucht! ze gaan je ook komen oppakken we zijn verraden”! Via de velden en kerkwegels  bereikte hij Zevenkerken waar hij door bemiddeling van de paters Emanuel en pater Amandus beiden aalmoezeniers van de Witte Brigade verscheidene weken onderdook in een soort barak in het bos van het kasteel van van Outryve d' Ydewalle de Diest te Loppem in de nabije omgeving van de abdij van Zevenkerken. 
De abdijgemeenschap van Zevenkerken was antinazi en sommige broeders deden mee in het verzet door gewonden te verzorgen en te verbergen. (De broeders van Zevenkerken waren door de Organisation Todt uit de abdij verdreven maar zij verbleven in diverse nabijgelegen kastelen waar de lessen van de abdijschool gewoon verder werden gegeven). 

  

Deprest Maurice, niet goed wetende wat er precies was gebeurd en wat er op til was, beging de fatale fout na de waarschuwing van Willy Guidé een afwachtende houding aan te nemen, immers onmiddellijk vluchten bleek geen optie daar dat op het bekennen tot de groep verzetslui te behoren betekende en wat zouden de gevolgen zijn voor zijn familie. Dit had als gevolg dat de volgende ochtend op 5 juli 1944 om 5 uur 's morgens de woning in de Bloemendalestraat 110 volledig was omsingeld door een meute Feldgendarmen, Hulpfeldgendarmen, leden van de SS-Vlaanderen, Zivilfahndundienst, Veiligheidskorps DE VLAG  en Buitendiensten van de Webestelle Brugge, allen bewapend, alsook mede de iets verder wonende ex-Oostfronter Hubert Vandemoortele* die gewapend en in Duits S.S.-uniform op de uitkijk stond bij de omsingeling. Zij hadden zich vooraf tussen 2 en 3 uur 's nachts gegroepeerd op de markt te Beernem.
*Hubert Vandemoortele werd na de oorlog door de Krijgsraad veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf die hij uitzat en is ingevolge de wet-Vermeylen uit 1961 in zijn rechten hersteld).
 
Deprest Maurice werd van zijn bed gelicht door de S.S.-er Oscar Casselman en zijn bende collaborateurs en afgevoerd naar de gevangenis van het Pandreitje te Brugge waar hij op secreet werd gezet, mishandeld en gefolterd. Casselman had zich bij de aanhouding van Deprest Maurice tegen de echtgenote Mestdagh Iréne laten ontvallen: "Wij worden aangevallen en moeten nu ons zelf verdedigen en zelf voor onze veiligheid instaan" (de Duitsers zelf waren niet al te enthousiast en beschouwden hen feitelijk ook als landverraders). Maurice Deprest werd naar het gemeenteplein overgebracht en er op een vrachtwagen geladen. Bij het wegrijden wuifde hij nog op een vrij ongewone manier naar zijn moeder Sidonie Roets en naar zijn echtgenote Irene Mestdagh die onmiddellijk begreep dat er meer aan de hand was en dit het definitief afscheid betekende.   Niemand van de familie Deprest heeft Maurice nog mogen of kunnen zien. De echtgenote Mestdagh Irene ontving een standaardbrief  van de”Kriegs-Werm. Gefägnis” drietalig opgesteld, dat zij zo spoedig mogelijk een pak (geen valies) diende af te geven met "waschgoed, toiletgerief". Zeep waschhandje, kousen , zakdoeken, ondergoed en warme kledij werd er met de hand bijgeschreven. Dit pakje kon aan de gevangenispoort afgegeven worden ’s maandags, dinsdags, donderdags of vrijdag tussen 15 en 17 uur. Verder werd zij volledig in het ongewisse gelaten over het lot van haar man, die vervolgens zonder enige vorm van een proces werd overgebracht naar de gevangenis te Sint-Gillis om op transport te worden gezet richting Mauthausen, gevangene nr. 97.495 waar hij op 8 maart 1945 overleed, een echtgenote, een driejarige dochter en een éénjarige zoon achterlatend. Ook de hoofdonderwijzer Batselier werd opgepakt om reden dat hij meester Oscar Casselman had verboden de leerlingen op de speelplaats voor het betreden der leslokalen de Hitlergroet te laten uit brengen. Dit opende tevens het perspectief voor de laffe Casselman om zelf hoofdonderwijzer te worden. De hoofdonderwijzer Batselier overleefde de kampen en gevangenissen.
 
Tijdens de nacht van 10 op 11 juli en greep er een tweede grootse razzia en machtsontplooiing plaats waaraan onder leiding van de S.S.-officier Oscar Casselman ongeveer een 80-tal Feldgendarmen, Hulpfeldgendarmen, leden van de SS-Vlaanderen, Zivilfahndundienst, Veiligheidskorps DE VLAG (circa 20) en Buitendiensten van de Webestelle Brugge Vlaamse Feldgendarmen jacht maakten op de verzetslieden en de ondergedoken werkweigeraars.  Zij verzamelden aan het station, op de markt en aan de kerk vanwaar zij zich verspreidden in het dorp en werden aangevoerd met opgeeiste vrachtwagens met chauffeur va, de kolenhandelaar Verrecas en de bloemolens De Wulf . 
 
  
brief overlijden
 
Slechts op 24 juli1945 werd het droevig nieuws van het overlijden aan de familie kenbaar gemaakt door mevrouw d' Idewalle, voorzitster van de plaatselijke afdeling van het Rode Kruis Beernem, tot die dag bleef de familie in het ongewisse en koesterde de hoop hun dierbaar familielid nog terug te zien. De moeder Sidonie Roets heeft de realiteit nooit onder de ogen kunnen zien en was tot op haar sterfbed in 1950 rotsvast van overtuigd haar zoon terug te zien die nog in leven was en  mogelijks nog aan Russische kant verbleef. 
Pittig detail, het was een pater Benedictijn uit de Vlaamsgezinde Sint-Pietersabdij van Steenbrugge, de abdij die bij het verzet geen al te beste reputatie had om het op zijn zachts uit te drukken, die op haar sterfbed kwam vragen of zij haar verklaring ten laste van "Henri Vandemoortele" niet wilde intrekken om zo de hemel te verdienen. Sidonie Roets antwoordde dat zij had verklaard wat zij met eigen ogen gezien had, in zijn ogen had gekeken en geen andere verklaring aflegde dan de waarheid. Dat waren haar laatste woorden.
GoeghebeurMartha
 
Ook de moeder van Guidé Willy,  Goegebeur Martha geb. 03 maart 1899 werd voor verhoor opgepakt en aangehouden alsook diens verloofde Henriette Van Den Brande  geb. te Sint-Joris ten Distel op 03 mei 1923. Beiden werkten namelijk te Beernem in de Tricotfabriek.
Zij werden na grondige ondervragingen en mishandelingen op transport gezet richting concentratiekamp Oraniënburg. De moeder Goegebeur Martha overleefde het kamp Oraniënburg en Ravensbrück waar zij door de Russen werd bevrijd. Zij arriveerde omstreeks mei -juni 45 terug in België, woog amper dertig kilogram en werd te Brussel in een militair ziekenhuis opgenomen. Later werd zij voor een zeer lange herstelperiode overgebracht naar het sanatorium te Sijsele. Zij overleed als 72 jarige te Beernem op 1 februari 1971.
Henriette
 
 
De verloofde Henriette Van Den Brande geboren te Sint-Joris-ten-Distel op 03 mei 1925 overleefde het concentratiekamp niet zij kwam van ontbering om in het kamp van
Oraniënburg (Duitsland) op 17 april 1945.
Haar laatste woorden klonken met klem:
"Ik sterf uit vaderlandsliefde en voor hem
Die ik trouw had gezworen en niet wilde verraden.
Vaarwel tot in der eeuwigheid aan allen, moeder en vader"
 
GuideMichel
 
De vader  Guidé Michel geb. te Beernem op 30 juli 1897 die door de Duitsers verplicht moest gaan werken op het militair vliegveld te Ursel werd drie dagen later opgepakt door toedoen van de S.S.’er schoolmeester Casselman die hem had verteld dat hij de sleutel van zijn woning moest gaan ophalen bij de Kommandantur te Brugge (terwijl Casselman zelf die huissleutel in zijn bezit had).  Guidé Michel werd zo in de armen van de vijand gelokt en besefte dat hij zou worden aangehouden maar was rotsvast overtuigd dat zijn echtgenote en de verloofde van zijn zoon zouden losgelaten worden. Het tegendeel was waar hij werd onmiddellijk opgesloten. In Gent hebben Michel Guidé, Martha Goeghebeur en Henriette Van Den Brande elkaar nog even teruggezien toen zij op transport werden gezet richting Ravensbruck.
De vader Guidé Michel kwam volgens meerdere officiële bronnen om te Neuengamme op 12 januari 1945. (Guidé Irene beweert dat haar vader op een schip met gevangenen werd gezet dat werd gebombardeerd door de Britten zonder verdere gekende details, niemand kan deze versie evenwel staven).
 
 beernem rollebaanstraatDe toen tienjarige Guidé Irène geb. 5 december 1934 was in de school in de Rollebaanstraat (foto links) en vermoedde dat er iets aan de hand was toen zij van uit het raam van de klas allerhande militaire voertuigen naar haar huis zag rijden. Zij werd door de buren Juulke Vandenbruaene en zijn vrouw Irma Verstraete prompt tegengehouden toen zij van school naar huis wilde gaan, en die gaven haar onderdak en ontfermden zich verder over haar waardoor zij ook risico's namen. Enkele dagen later moest zij zich melden bij de collaborateur meester Oscar Casselman die de huissleutel bezat die in zijn woning boven op een kast lag, om jurken en kledij te gaan ophalen wat nogmaals zijn leiding, verantwoordelijkheid en betrokkenheid in het verraad aantoont.
 
neirinckTijdens deze razzia's werden ook de werkweigeraars en onderduikers opgepakt zoals Tant Maurice geb. Beernem 13 juni 1923 zoon van Leonard en Marie Decoussemacker, aangehouden in de hofstede van zijn ouders ter Legeweg . Hij overleed in het kamp van Kalla op 3 april 1945.
 
De onderduikers Ghislain en Roger Reynaert, Aimé Beylemans, André De Coninck , Willy De Witte, Julien Defruyt en Philemon Noteboom werden eveneens opgepakt en werden overgemaakt aan de Werbestelle en gedeporteerd naar Duitsland. Zij waren evenwel omstreeks 22 april 1945 vrijgelaten en terug thuis. 
 
Ook een verpleger van het psychiatrisch centrum van de Broeders van Liefde Lucien -Camille Neirynck geb. Nieuwmunster op 01/11/1926, zoon van Henri en Sylvie Schaepdryver, met andere leden van de familie lid van de weerstandsgroep A.B. werd aangehouden de nacht van  17 op 18 juli 1944 en gedeporteerd. Hij overleed op 05 februari 1945 in het concentratiekamp Mauthausen.
 
Na de gebeurtenissen heeft Guidé Willy zijn jongere zus Irène meerdere malen incognito komen opzoeken, soms vermomd als monnik uit de abdij van Zevenkerken.
Toen hij vernam wat de gevolgen van zijn daad waren, verklaarde hij te weten wat hem nu te doen stond daar hij niets meer te verliezen had en was hij met een verbetenheid actief in het gewapend verzet en schuwde bij zijn sabotageactiviteiten geen enkel gevaar of risico tot aan de bevrijding om zich vervolgens bij de Canadezen te voegen.
 
Deze gebeurtenissen te Beernem veroorzaakte een diepe beroering bij de bevolking, een sterk gevoel van onrechtvaardigheid, twijfel, angst voor de dag van morgen, maar vooral van haat jegens de Duitse bezetter en hun aanhang was algemeen.
wittebrigadec
WITTE BRIGADE  " GROEP DE GAAI " (1940 - 45)
(achteraan 3e van links Willy Guidé)

 In de collaboratiekringen heerste thans grote ongerustheid, een groeiende onveiligheid en zelfs paniek wegens de misprijzende houding van de man in de straat, de dodelijke verzetsaanslagen die overal toenamen, de geallieerde successen, dit alles deed de verwarring in het pro-Duitse kamp onheilspellend toenemen. Velen begonnen het zinkend schip te verlaten, anderen wilden nog zo weinig mogelijk opvallen. Deze groeperingen voelden zich aan hun lot overgelaten en vonden dat de Duitse politiediensten machteloos toekeken. De Belgische politiediensten deden eveneens bijzonder weinig om dit tegen te gaan. De parketten waren niet geneigd om daders van aanslagen op te sporen en stelden nauwelijks onderzoeken in. Het was duidelijk dat de Duitsers de onveiligheid niet meer wisten in te dijken. De heerschappij van de laffe collaborateurs was verleden tijd. De S.S.-leden Oscar Casselman en Henri Vandemoortele uit Beernem werden door gewapende leden van het Veiligheidskorps afgehaald en naar Brugge begeleid telkens zij er wacht dienden te lopen. Ook tijdens hun terugreis hadden zij dezelfde berscherming, zij durfden geen enkel risico meer te nemen. Terzelfdertijd diende het escorte uit te kijken naar verzetslui die sabotages wilden plegen aan telefoonkabels langs het kanaal Brugge - Gent. Er werd een evacuatieplan van het Veiligheidskorps opgesteld voor de collaboratiefamilies omgeving Beernem en Wingene. 

 
-
wittebrigade
Foto  Witte Brigade genomen aan de abdij te Zevenkerken toen de  Organisation Todt in allerijl de abdij had verlaten.
Links op de foto op de motor Raf Verbrugghe uit Brugge, geboren. 11 september 1911, estafette - koerier, loodgieter van beroep die later de zinken kisten voor zijn strijdmakkers Willy Guide en Pierre Debaut vervaardigde. Raf Verbrugghe was na zijn deelname aan de achttien- daagse veldtocht in juni 1940 toegetreden tot het AB (latere Geheime Belgische Leger).
Midden Guidé Willy
Rechts de aalmoezenier Antoine de Meester van het Geheim Leger.
Door Willy Guidé en zijn kompaan en boezemvriend  *Pierre Debbaut (beiden gesneuveld te Oostkerke 20 oktober 1944) werden in juni 1944 te Loppem bij een spoorwegsabotage de gewichten van signalen afgesneden waardoor er een Duitse trein geladen met auto's en tanks een vertraging van meer dan 24 uur opliep.
 
Pierre Debaut* Pierre Debaut, stuurman ter kustvaart, geboren te Sint-Kruis op 13 december 1923, zoon van Emiel en van Mathilde Debaere, woonachtig te Sint-Michiels waar na een plechtige uitvaartdienst in de Sint-Annakerk te Brugge op 18 november 1944 zijn stoffelijk overschot ter aarde werd besteld op de begraafplaats te Sint-Michiels (de Pierre Debbautstraat te Sint-Michiels werd naar hem werd vernoemd).  
 
Bij de bevrijding toen de Canadezen hun offensief hadden ingezet trok Willy Guidé met hen mee in Canadees militair uniform van het "The Algonquin Regiment" samen met nog enkele weerstanders uit de streek. In café “Veldzicht” te Koolkerke hadden zij hun hoofdkwartier van waar zij in opdracht van de Canadezen verkenningsopdrachten uitvoerden aan de twee afleidingsvaarten (in de volksmond de blinker en de stinker genoemd) te Oostkerke (thans Damme). Op 20 oktober 1944 vormden Henri Van Godsenhoven samen met een Canadees officier, Willy Guidé en zijn kompaan Pierre Debbaut uit Sint-Michiels een patrouille in het overstroomd gebied aan de Peereboom. Bij het oversteken van de twee vaarten kwam hun roeibootje onder het vuur te liggen van Duitse sluipschutters. De Canadeese bevelhebber werd gevangen genomen, Van Godsenhoven kon zich zwemmend redden, Willy Guide en Pierre Debbaut sneuvelden en bleven nog dagen in het water liggen eer zij werden opgevist en overgebracht naar het militair hospitaal ter Peterseliestraat te Brugge.
  
uitwater
 (Foto's toen Willy Guidé uit het water van het kanaal werd opgevist) 
 
Willy2
 
Ter hoogte van de hoeve Vlaeminck (foto links) werd een militaire hulde gebracht aan het stoffelijk overschot en werd hij in de statistieken van gesneuvelde militairen opgenomen.
Het was pater Amandus van de abdij van Zevenkerken die aan zijn jongere zus Irène het overlijden van haar broer kwam vertellen.
Willy Guidé kreeg nadien een grootse militaire begrafenis eerst te Brugge op vrijdag 01 november 1944 in de Sint-Annakerk en later te Beernem in de parochiale Sint-Amanduskerk op 04 november 1944. Zijn jonge zus Irène was het enige familielid die de begrafenis bijwoonde en later aan haar moeder moest vertellen dat haar zoon al begraven was. De grafzerk op het kerkhof te Beernem was aanvankelijk een houten kruis met daarop zijn helm die al vlug werd ontvreemd.  Hij werd na het overlijden van zijn moeder Martha Goegebeur in 1971 ontgraven en bijgeplaatst in het graf van zijn moeder waar beiden nu rusten.
 
 
Bbegrafenis-
UITVAART MET MILITAIRE EER TE BEERNEM OP 04 NOVEMBER 1944 VAN WILLY GUIDÉ
(Foto genomen bij het verlaten van het stadhuis waar hij eerder was opgebaard).
  
Begrafenis Willy Guide.3  
Giuido 2
 
Begrafenis Willy Guide.5
 
Na negen maanden kreeg Irène Guidé nieuws dat haar moeder terug in het land was. Toenmalige burgemeester Claeys vertelde dat hij goed nieuws voor haar had, haar moeder was in Brussel opgenomen in het militair ziekenhuis. Ze woog nog amper dertig kilogram en werd later overgebracht naar het sanatorium in Sijsele waar zij lange tijd verbleef. Ondanks haar geruïneerde gezondheid is toch nog 72 jaar geworden. 
 
 Nog voor de bevrijding vluchtte de laffe eerloze Vlaamse S.S.-er Oscar Casselman om zijn vege lijf te redden inderhaast naar de overzijde van de Rijn samen met de Moffen en zijn bende collaborateurs van allerlei slag. Er werd niets meer over hem vernomen. Het gerucht deed de ronde dat hij er tijdens bombardementen zou zijn omgekomen, de bron van deze geruchten is niet te traceren en kunnen niet gestaafd worden. 
In mei 1947 werd hij door de Krijgsraad te Brugge bij verstek veroordeeld tot de doodstraf.
-
Na de oorlog werden de paters Emanuel en Amandus van de abdij van Zevenkerken, beiden gewezen en aalmoezeniers van de Witte Brigade naar Congo overgeplaatst. 
Omgekomen tijdens de oorlog te Beernem:
 -
Gesneuvelde militairen:                                          Politieke Gevangenen:
(De Grande Gustaaf  †Londen 11-03-1915)             Ridder H. van Outryve ‘d Ydewlle † Dernau 5-4-1945
Guidé Willy  † Oostkerke 20-10-1944                      Deprest Maurice  † Mauthausen 8-3-1945
Vermeire Julien † Brasschaat 21-05-1944 Sgt.         Guidé Michel † Neuengamme 12-1-1945
                                                                                  Tant Maurice  † Kala 3-4-1945
 
Burgerlijke slachtoffers:                                         Weggevoerden:
Arrijn Rachel                                                             Andries Marcel
Daveloose Regina                                                      De Schepper Jules
Deschuyter André                                                      De Bruyne Jules
Lemahieu Maurice                                                     Iterbeke Omer
Lescroart Clara
Lestienne Edward
Monballiu Noël
Volckaert Celina
 
Gefusilieerd te Beernem:
De Vooght Armand,  weerstandslid  geb. Brugge op 11 maart 1906, stootte langs de Wingene Steenweg op een Duitse Patrouille en werd op 06 sept 1944 onmiddellijk afgemaakt.
 
bulskampveld
 
- Peers de Nieuwburgh René, weerstandslid  geb. Oostkamp, gearresteerd te Beernem op 05 september 1944 en er  gefusilleerd wegens sabotage op 06 sept 1944. 
- Van Hamme Michel geboren te Oostkamp 26 januari 1902, gefusilleerd te Beernem 06 september 1944 (volgens doodsprentje verkeerdelijk 7 sept. 44).
Beide verzetsstrijders behoorden tot de stootgroep "Lt. 'Jerôme" en waren op eigen initiatief ongewapend van uit Oostkamp op verkenning naar het Lippengsgoed getrokken en er gevangen genomen. Zij werden in de bossen van het Bulskampveld te Beernem zonder enige vorm van proces door een Vlaamse S.S. onderofficier wiens woede soms aan krankzinnigheid grensde en die de Duitse officier Oberzalhlmeister Mörling niet in bedwang kon houden, gemarteld, mishandeld en  neergeschoten op 06 september 1944: 
 
(Foto links de gedenksteen in het Bulskampveld).
 
 
 FLECY Bernard
 Gefusilleerd te Oostakker:
 
FLECY Bernard echtgenoot van HAECK Antoinette, geboren te Beernem op 19 oktober 1919, lid Armeé de Belgique (het latere Belgisch Geheim Leger),  aangehouden te Brugge wegens spionage op 24 maart 1943, hij werd intensief ondervraagd en gemarteld en wist maar al te goed dat de doodstraf zou volgen. Ter dood veroordeeld door het Kriegsgericht der O.F.K./Gent in juni 1943.
Voor het executiepeloton te Oostakker had hij de moed zijn blinddoek af te rukken waarna hij werd gefusilleerd op 26 augustus 1943. Feitelijk behoorde Flecy Bernard tot het Nationaal Front Brigade Sint-Pietersveld maar werkte als groep samen met de Aaltenaars Kunstschilder Adhemar Depoorter, Theofiel De Vos en Omer De Bruyne die ook werden gefusilleerd. 
Flécy Bernard infiltreerde als chauffeur in de Duitse rangen en kwam op allerlei plaatsen waar hij dingen zag die anderen niet konden zien zoals de vliegvelden van Maldegem, Aalter, Ursel, Wevelgem en Male (Sint-Kruis) die hij in de gaten hield. Het leverde hem kostbare informatie op maar werd verklikt toen hij zijn informatie en documenten doorspeelde aan zijn contactpersoon bij het verzet.
In november 1944 werd het stoffelijk overschot van Flécy Bernard te  Oostakker ontgraven en werd hij op verzoek van zijn familie samen met zijn Aalterse kompanen Adhemar Depoorter, Theofiel De Vos en Omer De Bruyne  te Aalter herbegraven.

Een brief van De Vos  die in zijn broeksband zat geeft meer details over het gebeurde en de brutale martelingen die zij hebben ondergaan:

“…vrouwken lief, luistert ik ga U wat vertellen. Den 25 Maart ben ik aangehouden, zoals U weet. Ik ben overgebracht naar de Gestapo, zij zegden mij dat ik ze alles moest zeggen van de wapens en de spionage met De Poorter en De Bruyne. Ze zegden dat ik niets moest zwijgen. Maar ik wilde niet spreken. Zij hebben mij dan geslegen dat ik mijn broek deed van de pijn, met den matrak, schuppen met groote stiefels en stampen in mijn wezen van de vuist van een persoon zoals dikke Bussche [dit was een bekend figuur in Aalter, groot en sterk]. Ik heb zoo een dag een half slagen gekregen dat mijn lijf zoo blauw was als een blauwe schabe. Vergeet het niet laat uw rechten gelden want zij haten ons op alle manieren. Zij hebben met ons geen mens geweest en gij moet ze ook niet sparen. Niet vergeten, nietwaar vrouwken lief, daar zullen er wel kameraden misschien eens komen en vertelt het hun dan eens, er zijn zooveel menschen gezet zooals ik. Wij sterven voor spionage en wapens, voor Volk en Vaderland en wij zullen de laatste snikken geven. Ach lief Vrouwken. Lieve vrije volkeren. Lieve Vrije België. Ook lieve vrije Aalter. Vrienden roeit alles uit van de verraderij tot de kleinste vezels, daar zullen toch nog wel goei Belgen zijn zonder ons. Wij sterven den marteldood voor allen, denk aan ons, zooals wij nu aan U denken”.

 ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦
Samenstelling van de groep Beernem van het Geheim Leger na fusie met de plaatselijke verzetsgroeperingen (1 juni 1944):
Verliezen: Neyrinck Lucien, Deprest Maurice (stam nr. 353045).
-  
Groep overste: Neyrinck Henri . 
Leden: Neyrinck Omer,     Maenhout Frans,     Ballegeer Georges,     Ballegeer Roger,     Van De Keere Raymond,     D'Hondt Antoine,     D'Hondt Gilbert,     Steuperaert Guillaume,     Moens Max,     Deschacht Achiel,     Rosseel Marcel,     Schaepdryver Silvin,     Neyrinck Angéle,     Neyrinck Elza,     Neyrinck Esther,     Neyrinck Irma,     Vervalle Hector,     Batsleer Willy,     Van Houtryve Ides (aangehouden),     De Jonghe Marcel,          Vandenbussche Henri.
 
Acties van de sabotageploeg van het het Geheim leger Beernem.
Vanaf 09 juni 1944 werd 's avonds het telefoonnet langs de spoorlijn Brugge-Gent (via Aalter) op een vijftal kilometer buiten Brugge gesaboteerd. De telefoondraden werden op de telefoonpalen doorgeknipt, een methode die ook door de andere ploegen werd toegepast. Deze sabotage werd meerdere malen herhaald. Op 7 juli stelde de toenmalige brigadebevelhebber wachtmeester Coeckelberghs van de rijkswachtbrigade Beernem het verslag van de sabotage op bestemd voor Feldgendarmerie (met in de marge laconisch vermeld dat de daders onbekenden zijn en er geen doden of gekwetsten waren).
De ploeg Beernem saboteerde eveneens een ondergrondse telefoonkabel langs het kanaal Brugge-Gent tussen Moerbrugge en Beernem.
De nacht van 6 op 7 juli 1944 werden de saboteurs verrast door een Duitse patrouille. De geduchte saboteurs openden onmiddellijk het vuur met hun Stens en ontstond er een vuurgevecht waarbij 3 Duitsers werden getroffen waaronder twee doden, de sabotageploeg kon ongedeerd ontsnappen.
tussenstukje
Foto1
 Herdenkingsplechtigheid in 2001, links vaandrig Cordier Gerard, Deprest Arnold en Mestdag Iréne
zoon en weduwe van Deprest Maurice, Iréne Guidè dochter van Michel en zuster van Willy Guidè
Foto 2
Herdenkingsplechtigheid in 2001 aan de gedenksteen in het Bulskampveld
van Peers de Nieuwburgh René en Van Hamme Michel
 
tussenstukje
 
Op 01 januari 1977 werden drie gemeenten: Beernem, Oedelem en Sint-Joris-ten-Distel elk met hun eigen geschiedenis gefusioneerd tot een nieuwe gemeente Beernem.
Het verzet in deze deelgemeenten van Beernem met hun oorlogsgeschiedenis komen hier verder niet uitvoerig aan bod.
 
VAN HYFTE Ghislain
 Deelgemeente Oedelem (Oostveld):
  
Gesneuveld voor het vaderland: VAN HYFTE Ghislain Elodie
 
Geboren: Oostveld (Oedelem), 01-12-1913  Overleden te Willemstad, NL op 30-05-1940.
Ongehuwd, burgerberoep mulder en koster,  zoon van wijlen Camillus Arsenius en Helena Maria ROOSE (Beroep: Handelaarster; woonplaats: Oedelem). 
 
Soldaat van het 22ste Linie, Stamnummer 279/4553, brancardier. 
Omgekomen tijdens het transport met het schip de "Rhenus 127" dat werd ingezet om Belgische krijgsgevangen te vervoeren van Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen naar Duitsland. Op 30 mei 1940 rond 19:20 liep het schip ter hoogte van Willemstad, met ongeveer 1200 man aan boord, op een Duitse magnetische mijn. Dit gebeurde op ongeveer 300 meter uit de wal, 134 Belgische militairen kwamen hierbij om het leven die oorspronkelijk in een massagraf te Willemstad (NL), nabij het Hollands Diep werden begraven.
 
Sinds 2008 rusten zij op het Belgische militaire erekerkhof te Willemstad (NL).

  

  Sint-Joris: 1940 - 1945
  Politieke gevangenen: Weggevoerden:
  Gaston De Corte   † Buchenwald 26/03/45      Albrecht Vanden Bussche
  Geboren Sint-Joris-ten- Distel op 28/11/1900  
  Raymond De Corte  † Sachsenhausen 14/01/45  Burgerlijke slachtoffers
  Geboren Sint-Joris-ten-Distel op 01/07/1897      Henri Deloof
  Henreitte Van Den Brande  † Oraniënburg 17/4/45      Charles Deloof.
  Geboren Sint-Joris-ten-Distel op 03 mei 1925  
  Achiel Verstraete  †  Sachsenhausen 8/01/45
   Geboren Beernem op 09/10/1892
  
tussenstukje

 

Voor de oorlog:-


BCScanb
-
Foto links Maurice Deprest bij een overwinning wielerkoers te Maria-Aalter in 1930 gezeten op de schouders van zijn broer Raymond.
Foto Rechts, overwinning wielerkoers te Beernem begin 1940 door Willy Guidé links met zijn beide ouders. Bemerk in het midden de statige burgemeester Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle.
 
- Foto's ter beschikking gesteld door de fam. Deprest,  - Guidé Irene en archief vopgv-brugge.