Free Joomla Templates by iPage Hosting
 
-
                                          IN MEMORIAM MARCEL BOCHER
-
MarcelBocher  Marcel Bocher was smid en had zijn atelier aan de Dokwerkersstraat 51 te Brugge (St Jozef). Tijdens de oorlog deed hij herstellingswerken aan fietsen voor de rijwielhandelaar Samyn uit de Rontsaertbekestraat te Brugge (St Jozef).  Zo kwam hij in contact met  twee rijkswachters die hem vroegen aan te sluiten bij de PA (partizanenleger) een afdeling van het onafhankelijksfront (OF). Aan Marcel werd gevraagd sleutels te maken om de bouten van de spoorwegrails los te vijzen om zo ontspoorringen te veroorzaken. Zo heeft Marcel meegewerkt aan twee belangrijke operaties. De eerste gebeurde in de nacht van 5 op 6 juli 1943 op het traject Brugge – Loppem. Daarop gaf de burgemeester het bevel de spoorweg dag en nacht te bewaken gedurende twee à drie maanden  door de mannelijke bevolking van 18 tot 65 jaar. Een tweede belangrijke ontsporing had plaats in de nacht van 12 op 13 mei 1944 te  Aalter. De actie had fatale gevolgen voor de Brugse afdeling. Marcel werd aangehouden op 26 mei 1944.
-
Als smid deed Marcel ook smeedwerk voor het bouwbedrijf Maurice D’Hondt. Op 21 maart 1945 werd  D’Hondt ter dood veroordeeld wegens collaboratie. Zo voerde Marcelwerken uit in het krijgsgevangenkamp te St Kruis (thans marine kazerne LTZ Victor Billiet) en in het kasteel “Ter Linden”. Alles wat hij ter plaatse” zag en vernam zette hij in kaart en bezorgde de informatie aan zijn kompaan Raoul Meertens. Raoul had zo zijn kanalen om de gegevens in Londen terecht te doen komen. Het kasteel Ter Linden was een zeer belangrijke basis van de Kriegsmarine. Marcel was vertrouwd met maritieme terminologie want hij had gevaren op vrachtschepen van de rederij DEPPE.  In samenwerking met de kriegsmarine te Brest en in Wilhelmshaven deed men goniometrische radiopeilingen en kon de positie van de schepen die berichten seinden bepaald worden zowel in het Kanaal de Noordzee en zelfs een deel van de Atlantische Oceaan. Het maritiem radioverkeer werd in Ter Linden ook afgeluisterd.  Een gespecialiseerde sectie decodeerde de opgevangen radioberichten. Zo waren de codenamen UTAH en OMAHA bij de kriegsmarine gekend. Het is begrijpelijk dat de basis Ter Linden moest uitgeschakeld worden voor 6 juni 1944, de landing in Normandië. (wat ook gebeurde op 28 mei 1944, de bombardementen  op St Michiels op Pinksterdag). Raoul Meertens deed nog de verkenning van het uitgevoerde eerste bombardement. Hij verklaarde bij de ontmoeting van een bekende “ze komen nog terug” wat ook gebeurde in de namiddag van 28 mei 1944.
-
Marcel Bocher werd aangehouden op 26 mei 1944. De vermaarde verklikker Van Beveren nam aan de actie deel. Het blijft een open vraag door wie Marcel verraden werd.
Op 25 mei werd hij aangemaand door dhr. Viaene van De witte Beer te vluchten omdat in de omgeving wachtposten waren uitgezet om hem aan te houden. Hij wilde niet omdat het zou beschouwd worden als desertie. Overigens de sectie werd in korte tijd meermaals onthoofd. Eerst was er Henri De Meyer (weggevoerd naar Duitsland in nov 1943) daarop diens verloofde Simonne Danneels (in een valstrik gelokt maar tijdig ontsnapt) en daarop Albert Serreyn (de verloofde van Irma Danneels, de zuster van Simonne) in juni 1944 te Oostakker gefusilleerd. Tijdens het verblijf in de gevangenis werd Marcel geconfronteerd met Henri De Meyer diens broer Aimé en Willy Banckaert (zoon van een spoorwegarbeider uit de Dampoortstraat te St Kruis die veel informatie bezorgde over technieken bij de spoorweg). Het meest werd Marcel geconfronteerd met Raoul Meertens. Beiden werden geëxecuteerd in de schietstand aan de Baron Ruzettelaan te Brugge op 1 juli 1944. Hun lichaam werd overgebracht  naar een massagraf te Oostakker (munitiedepot). 
 
-Schietstand
 
In het Laatste Nieuws van 23 juli 1944 verscheen volgend bericht :
-
                            Terdoodveroordeling van franc-tireurs
 -
De militaire overheid verzoekt ons het volgende mee te delen:
De Krijgsraad der O.F.K. van Gent, standplaats Brugge, heeft de Belgische onderdanen Willy Banckaert van St Kruis, Raoul Meertens van Brugge, Albert Schuermans van Loppem, Marcel Bocher van Brugge als franc-tireurs ter dood veroordeeld.
De beschuldigden hadden, samen met de reeds terechtgestelde raddraaier Albert Serreyn en andere eveneens gestrafte inwoners van Damme, Lissewege en Heist een partijgangersbende gevormd en treinen van de weermacht doen ontsporen.
Het vonnis is uitgevoerd.
-
Na de oorlog en de ontdekking van het massagraf werd de echtgenote van Marcel (Maria Meesdom), zijn zuster Jeanne en zijn schoonbroer Josué De Vestel uitgenodigd voor de identificatie van het lichaam. Marcel werd herkend door een misvorming aan de elle boog (gevolg van een armbreuk), zijn trouwring en een geciseleerde rozenkrans die hij om de hals had (een geschenk van zijn nonkel pater Frederick Vosté). Er werd vastgesteld dat de vingernagels uitgerukt werden.
-
 b begrafenisplechtigheid voor de 5 fefusilleerde Bruggelingen
Op 27 nov 1944 had in de stad Brugge een officiële rouwplechtigheid plaats. In de hal van het stadhuis stonden de kisten opgesteld met de stoffelijke resten  overgebracht uit
Oostakker van:  Willy Banckaert, Georges Knipper, Raoul Meertens, Albert Schuermans en Marcel Bocher.
-
In het ere park te Oostakker (munitiedepot) staat een herinneringskruis voor Marcel Bocher. Het stoffelijk overschot werd overgebracht naar Brugge en werd bijgezet op het ere park van de gefusilleerde in het Stedelijk kerkhof te Brugge. Zijn naam staat gebeiteld in het oorlogsmonument 14 – 18, 40 – 45 aan de Kartuizerinnenstraat te Brugge en op de herinneringsplaat in het St Leo college te Brugge.
Na de oorlog werd de moeder van Raoul Meertens de oorlogsmeter van de dochter van Marcel: Germaine Bocher.
-
 Combinatie
 
-